‘God Save the Queen’ & Schlingensief (Docus van der Made, 2012)

Verzet in Utrecht

Actie in het Centraal Museum Utrecht! Momenteel is het voor de bezoeker mogelijk om in het museum voor de verandering zelf een bijdrage te leveren. Kritiek kan op de muur worden geschreven, een werkplaats is ingericht om buttons te maken met politieke leuzen. Voor wie wil is er zelfs de mogelijkheid om muziek te maken of voor televisiepiraat te spelen. Dit alles in het teken van de huidige tentoonstelling, God Save The Queen, over de roerige tijden eind jaren ’70 en begin jaren ’80. De tijd van de punk, een tijd van anti-establishment, van opstand. Maar is het mogelijk deze mentaliteit te vangen in een institutionele instelling  als het museum? Tegelijk is in een andere instelling, op steenworp afstand, een solotentoonstelling te bezoeken van Christoph Schlingensief. In BAK worden drie werken getoond van de kunstenaar, bij het kunstpubliek vooral bekend sinds zijn werk postuum werd ingezonden voor de Duitse bijdrage aan de biënnale van Venetië vorig jaar. Daar won het paviljoen de Gouden Leeuw. Net als in het Centraal Museum wordt de tentoonstelling gekenmerkt door een sterke politieke dimensie. En net als de punkers zo’n dertig jaar geleden schroomt Schlingensief niet voor enige controverse, en lijkt het bieden van weerstand hoog op de agenda te staan. Twee maal verzet in Utrecht.

God Save The Queen verwijst naar het gelijknamige nummer van de Sex Pistols, lijflied van de Punkbeweging. Maar niet alleen in de titel van de tentoonstelling is muziek geïntegreerd. GSTQ biedt een breed overzicht van de roerige tijden. Muziek speelde een grote rol binnen de subcultuur, en dit heeft het museum niet over het hoofd gezien. Verspreid door het museum zijn plekken te vinden waar muziek uit de periode te horen is, door middel van speakers of videobeelden. Graag had ik geschreven dat de opzettelijke herrie van de tegendraadse jongeren uit de periode door het museum schalde, maar het volume bleef telkens braaf zacht staan, om niemand in de weg te zitten.

De eerste zaal met beeldende kunst betrof een groot doek van Keith Haring en de film Splitting (1974-76) van Gordon Matta-Clark. Haring lijkt een logische keuze, als proponent van de graffitiscene in New York die sterk werd beïnvloed door subculturen behorend bij hiphop en punk. De film van Matta-Clark lijkt van de gehele tentoonstelling direct het sterkst de tijdgeest te verbeelden, terwijl er geen punkband bij komt kijken en er geen hanenkam in voorkomt. Wat de film binnen GSTQ zo’n sterke keus maakt, is de wijze waarop de mentaliteit van de periode naar voren komt. Niet alleen lijkt het werk de belichaming van de kraakbeweging – te zien is hoe een gebouw op grove wijze doormidden wordt ‘gezaagd’. Het belichaamt de recalcitrantie, de welwillendheid om tegen heilige huisjes te schoppen, om alles eens even anders te doen.

Het Centraal Museum heeft er alles aan gedaan deze levensvisie op de bezoeker over te brengen. Het anarchisme dat de tijd kenmerkte weet de bezoeker echter slechts op braaf geïnstitutionaliseerde wijze te bereiken. Bij Splitting valt al op hoe het museum de muur op grove wijze heeft geschilderd om een projectievak te creëren. Braaf hebben ze de omlijsting van de projectie buiten de randjes geschilderd, om het stoere of rommelige gevoel van de punktijd over te brengen. Zodra echter ook bankjes worden gemaakt van kratten bier met planken in een verder conservatieve tentoonstellingsruimte, begint het gemaakt over te komen. Do It Yourself was de leus van de verzetsperiode, en vooral dit heeft het museum op lullige wijze weten te integreren. Zelf mogen bezoekers met stiften leuzen op de muur schrijven, maar dan wel op de aangegeven plek. Het drumstel dat bij de ingang werd aangekondigd blijkt een elektronisch apparaat, met voorgeprogrammeerde deuntjes. De veelbelovende participatie blijkt zo een geïnstitutionaliseerd zoethoudertje.

Op een paar minuten lopen is het een ander verhaal. De installatie van enfant terrible Schlingensief grijpt je in BAK direct bij de keel. De bezoeker betreedt de totaalinstallatie door op handen en voeten een gat in te kruipen, als Alice in Wonderland. Daar staat echter geen droomlandschap maar een vleesgeworden nachtmerrie te wachten. Een carnivalesque schouwspel opent zich, met de installatie Animatograph-Iceland-Edition. (House of Parliament/House of Obsession) DestroyThingvellir (2005). Op schermen in verschillende ruimtes tonen zich onheilspellende beelden, in een beklemmend druk gevulde ruimte. Een greep uit de selectie: Een Ijslandse Jezus inclusief kruis, de verheerlijking van de struisvogel, Michael Jackson en Joseph Beuys passeren de revue. Bijgestaan door onder andere het overstemmende geluid van een krijsend speenvarken maakt het de tentoonstelling niet draaglijker. In eerste instantie is vooral het thema religie te duiden. Schlingensief, die graag tegen heilige huisjes schopt, lijkt zo naast de popcultuur en de kunstgeschiedenis dit culturele verschijnsel aan de kaak  te willen stellen.

Pas aangekomen bij de laatste ruimte van Animatograph-Iceland-Edition (…) krijgt de bezoeker wat ademruimte. Letterlijk, want in de ruimte is eindelijk wat frisse lucht te vinden. En gevuld met ‘slechts’ een tent en een auto met daarop een struisvogel komt de ruimte ineens verfrissend rustig over. Hoe dit alles precies te plaatsen is voor de toeschouwer in eerste instantie niet gemakkelijk. Indruk maakte het, maar de indrukken moeten in alle rust verwerkt kunnen worden. Hiervoor krijgt de bezoeker de ruimte bij het vervolg van de tentoonstelling. In een rustige witte zaal wordt op ‘regulier museale’ wijze documentatie getoond van een ander project van beeldend kunstenaar, theatermaker, operaregisseur en filmmaker Schlingensief. Met Ausländer Raus (2000) bedacht Schlingensief een Big Brother-achtige show, waarbij voorbijgangers van de Wiener Festwochen asielzoekers één voor één het land uit konden stemmen. De discussie of het ging om echte deportaties viel in het niet bij de botsingen die ontstonden tussen omstanders die zich naar het spektakel haastten. Politiek links bejubelde de actie, lijnrecht tegenover extreem rechtse aanhangers, die leken te vinden dat één buitenlander per dag niet snel genoeg ging.

Zelf geeft Schlingensief in de film aan geen partij te hebben willen kiezen, maar dat kunst in zijn optiek weerstand moet bieden: “Demonstrating is history. You have to produce contradictions.” Schlingensief is op zijn sterkst zodra de politieke dimensie in zijn werk duidelijk is. Met dit in het achterhoofd valt vervolgens terug te koppelen naar de eerdere installatie. Ineens is het terugkerende motief van de struisvogel politiek te interpreteren. De kop in het zand steken is dan ook het laatste dat Schlingensief doet. De tentoonstelling in BAK is dan wel abject, schreeuwerig, en weinig subtiel, in ieder geval is er gedurfd stelling genomen. De poging die het Centraal Museum heeft gedaan om de bezoeker te laten proeven van de roerige punkjaren mag dan niet zijn geslaagd, op steenworp afstand is een goed alternatief te vinden. Als voorbeeld dat verzet nooit dood is.

 

Docus van der Made

Advertisements

Leave a Reply

Please log in using one of these methods to post your comment:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s